|
||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
|
Tafelronde 2Vraag 1: Wat hoort er thuis op de plaats van het vraagteken?
Rome
Vraag 2: Wat is het beroep van:
Geschiedenisleraar
Vraag 3: Naam van de clown (linksonder)?
Prins Laurent
Vraag 4: Waarvoor wordt hier reclame gemaakt?
Federale Verzekeringen - NAVB
Vraag 5: Van welk spreekwoord vindt u hier de klinkers? (Y staat voor IJ)
Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten.
Vraag 6: U hebt negen symbolen: vijf maal het cijfer 5 en de wiskundige symbolen "+", "-", "*" (vermenigvuldigen) en "/" (delen). Door alle symbolen éénmaal te gebruiken en er geen andere aan toe te voegen moet u het cijfer 1 vormen.
(5*5 + 5)/5 - 5 = 1 (De haakjes worden hier enkel geschreven omdat de uitdrukking op een regel wordt geschreven.)
Vraag 7: Vul de getallen 6, 11, 12, 99, 225, 312 in zodat de rekening klopt.
(11-6) x sqrt(99+225) x 312/12 = 2340
Vraag 8:
Vlag C - Dit is de vlag van Bolivië, de andere hoorden bij de Baltische staten (A: Letland, B: Estland en D: Litouwen).
Vraag 9:
Jessica Blandy
Vraag 10:
Côte d'Or
Vraag 11:
Frank Lloyd Wright
Vraag 12:
Peugeot 307
Vraag 13:
Hosta
Vraag 14:
Wellington
Vraag 15:
Menen
|
|||||||||||||||||||||||