Karsten KROON *
LosFlippos > Quizzen

Pijnlijke herinneringen

"Hij zit hele dagen voor zich uit te staren", had de verpleegster gezegd. "Spreken doet hij nog slechts zelden." We bezochten de presentator van de vorige, door Los Flippos en Sala georganiseerde kwis in het gesticht waar men de arme man sinds die fatale avond in een klein kamertje ondergebracht had. Hij zat in een zetel voor een groot raam en staarde naar buiten.

Al bij al zag hij er beter uit dan we hadden verwacht. De angstige blik in zijn ogen zou weliswaar nooit meer weggaan maar van de zware littekens die hij aan de kwisavond had overgehouden waren er, dankzij de diepe rimpels en groeven in zijn gezicht, nog slechts een tiental duidelijk zichtbaar. Zijn toendertijd lange zwarte haren waren nu weliswaar vaal grijs maar doordat ze allemaal uitgevallen waren, vormde ook dat geen probleem. Desalniettemin zag hij er iets ouder uit dan de 33 jaar die hij nu telde. De presentator, die we hier voor het gemak Karel zullen noemen, heette Karel.

We vroegen Karel wat er eigenlijk gebeurd was die avond, de avond waarop hij de eerste Los Flippos en Sala-avond presenteerde. "Ik praat er nog steeds niet graag over," zei hij met krakende stem, "maar mijn dokters zeggen vaak dat het me kan helpen. 'Karel,' zeggen ze dan, 'erover praten kan je helpen'. Hoe is het gebeurd? Wat was de oorzaak? Ik weet het nog steeds niet. Hoe lang is het nu geleden, een jaar of 10-11? Misschien was ik nog te jong, misschien had ik toen nog niet genoeg gezag om een kwis in goede banen te leiden. We hadden nochtans alles gedaan wat mogelijk was. De kwisploegen zaten van mekaar gescheiden in aparte vakken, alle kwissers waren voor de kwis gefouilleerd en we hadden de gevaarlijkste ploegen via een door containers afgeschermde weg naar binnen geloodst. En toch liep het verkeerd." De man zweeg en staarde enkele uren voor zich uit. Toen de zon begon onder te gaan, hervatte hij: "Het eerste rumoer stak de kop reeds op in de eerste ronde, die -als ik het mij goed herinner- "Speculatieve gebeurtenissen" heette. Reeds halverwege de derde vraag, "Wie zou er nu president van de Verenigde Staten zijn als de elektriciteit nooit was uitgevonden?", zag ik hier en daar wenkrauwengefrons. Het eerste tandengeknars volgde al vlug, bij vraag 6. "Welke Belgische TV-zender zou het grootste aantal kijkers hebben gehaald in 1999 als Ivan Sonck en Dirk Abrams twee homosexuele stand-up comedians waren geweest?", was die vraag. Gelukkig konden de stewards de kwisploegen kalmeren. Na vraag 5 van ronde 2, die trouwens als titel "De Toekomst" droeg, werd het eerste glas gegooid. Ik moest de vraag "Hoeveel woorden Nederlands zal de toekomstige bruid van prins Filip kennen op de trouwdag?" luidop roepen om boven het rumoer in de zaal uit te stijgen. Gelukkig kon de oproerpolitie mits kwistig gebruik van waterkanon en rubber kogels de kwissers terug in hun kooien drijven.

Maar het was slechts een kortstondig uitstel. Toen ik de derde ronde, Sport, aanvatte met de meerkeuzevraag "Wie was na Roger De Vlaeminck en Rick Van Steenberghe de derde grootste renner ooit: Rick Van Looy, Eddy Merckx, Claude Criquelion?", braken overal relletjes uit en de oproerpolitie, de stewards en de diensters-in-monokini werden door de losgeslagen kwissers onder de voet gelopen. Toen ook de weerstand van de naakte bladophaalsters werd gebroken, haalden onze juryleden de tweelopen boven maar zelfs die konden de massa slechts even stoppen." Karel de kwismaster staarde opnieuw enkele uren, diep in gedachten verzonken voor zich uit. "Nadat ze alles compleet kort en klein hadden geslagen trokken ze plunderend en vernielend door de stad. en overal sloten er zich mensen bij hun aan. Toen ze aan de muur kwamen waren ze reeds met tienduizenden. Niets kon hun stoppen, niets. Het was verschrikkelijk. Enkele weken later viel het IJzeren Gordijn. Tientallen doden, honderden gewonden, de historische Berlijnse Muur en het toeristisch zeer waardevolle IJzeren gordijn zijn gevallen omdat ik mijn kwis niet genoeg had voorbereid."

De kwismaster gebaarde, met de tranen in de ogen, dat we hem nu maar moesten laten en we stonden op. Ik stelde hem nog één vraag: "Wat is de ergste herinnering, wat zal je nooit vergeten?" Hij keek me aan en de angst en het afgrijzen in zijn ogen deden mijn haren te berge rijzen. "Wat ik nooit zal vergeten," zei hij, "wat me de rest van mijn leven zal blijven achtervolgen, waar ik elke nacht schreeuwend van wakker wordt, is het besef dat die kwissers, die schoften, die vandalen, die cultuurbarbaren, onze eerste prijs kapotgooiden en door de riool lieten weglopen. En het zag er nochtans zo een lekker vat bier uit!" De kwismaster begon stil te huilen en we liepen nog stiller weg.